Uit onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) heeft de criminaliteit onder bewoners van opvanglocaties onderzocht en ook de betrokkenheid bij incidenten. Het blijkt dat drie procent van de 113.000 mensen in COA-locaties werd verdacht van een criminele daad. En dat is met name winkeldiefstal.
Elf procent raakte betrokken bij een (non-)verbaal en/of fysiek geweldsincident binnen de COA-opvang zelf, al jaren het meest veelvoorkomende type incident. Deze percentages zijn min of meer stabiel sinds 2019, ondanks het feit dat er de afgelopen jaren meer COA-bewoners kwamen en er meer noodopvanglocaties in gebruik zijn genomen. Feitelijk kan worden geconstateerd dat het overgrote deel van de COA-bewoners in Nederland nooit verdacht is geweest van crimineel gedrag.
Aantallen incidenten en verdachten van misdrijven
Het aantal incidenten – dat zijn situaties die zich afspelen binnen de COA-opvang – lag in 2025 6% hoger dan in 2024. Dat komt overeen met de stijging van het aantal mensen dat het COA opving, dat groeide ook met 6%. Verbale agressie en geweld (44%) en fysieke agressie en geweld (35%) komen al jaren het meest voor, gevolgd door suïcidedreiging (9%), non-verbale agressie en geweld (7%) en zelfdestructief gedrag (5%).
De misdrijven in het onderzoek hebben zowel betrekking op criminaliteit binnen de opvanglocaties als daarbuiten. Al jaren zijn het merendeel daarvan vermogensmisdrijven, vaak winkeldiefstal (36%). Daarna volgen geweldsmisdrijven (16%) en vandalisme/verstoring openbare orde (15%).
Niet bovenmatig veel misdrijven door asielmigranten
De cijfers tonen aan dat de misdrijven die worden gepleegd in Nederland, niet bovenmatig veel door asielmigranten worden gepleegd. Van alle verdachtenregistraties in Nederland in 2024 kwam 2,5% voor de rekening van COA-bewoners. De aandelen geweldsmisdrijven en vernieling onder verdachten zijn vergelijkbaar met die van de algemene Nederlandse bevolking. Wel worden asielmigranten vaker verdacht van vermogensmisdrijven (64% in 2025 tegen 33% van verdachten onder de Nederlandse bevolking in 2024).
Onder COA-bewoners werden in 2025 130 verdachten van seksuele misdrijven geregistreerd, dat is 1,7% van de verdachtenregistraties. Voor verdachtenregistraties onder de algemene Nederlandse bevolking lag dit aandeel in 2024 op 1,4%.
Belangrijk bij al deze cijfers, is dat ze niet gecorrigeerd worden op samenstelling van de groep. Dan wordt namelijk rekening gehouden met het feit dat criminaliteit vaker wordt gepleegd door jongeren en mannen. Onder COA-bewoners zitten ruim meer jongeren en mannen vergeleken met de totale Nederlandse bevolking. Zou die correctie wel plaatsvinden, dan zouden de percentages (in de vergelijking tussen asielmigranten en Nederlandse bevolking) dichter bij elkaar komen te liggen.
Welk type COA-bewoners zijn betrokken?
Net als voorgaande jaren waren in 2025 meestal mannen en mensen onder de 30 betrokken bij incidenten en verdachten. Dat komt overeen met de criminaliteitscijfers van de Nederlandse bevolking. Wat wel opvalt bij COA-bewoners is het hoge percentage minderjarige verdachten (21%). Niet nieuw is dat relatief veel alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) verdacht werden van een misdrijf (8%). Verder blijken een aantal nationaliteitsgroepen relatief vaak verdachten, zoals de Algerijnse, Marokkaanse, Tunesische en Georgische nationaliteiten.
Overlast terugdringen door aanpassingen in opvang
Hoewel maar een klein deel van COA-bewoners verdacht werd van een misdrijf, is de impact van elk crimineel gedrag nog altijd groot. Het is dan ook van belang om te blijven proberen dat gedrag waar mogelijk te voorkomen. De informatie uit dit onderzoek biedt maar beperkte aanknopingspunten voor een aanpak om het ongewenste gedrag terug te dringen. Onderzoekers vermoeden wel dat het anders inrichten van opvanglocaties (locatiegrootte, bezettingsgraad, samenstelling bewonersgroep en aanbod van activiteiten) kan helpen. Zij doen daar op dit moment verdiepend onderzoek naar. Daarnaast moest het COA in 2025 de helft van de bewoners opvangen op noodopvanglocaties, waar ook de begeleiding soms te wensen overlaat. Dit is met name voor de kwetsbare groep amv’s niet helpend.